6 Noblesse obligeLuc Haekens en Géry van Outryve d’Ydewalle mogen dan op het eerste gezicht schijnbaar weinig delen, het zijn twee eigenzinnige heren die resoluut hun eigen koers varen. Buitenbeentjes in aparte werelden. Journalist Luc Haekens weet iedereen met uitgestreken gezicht rond zijn vinger te draaien, ridder en kasteelheer Géry van Outryve d’Ydewalle is hoogleraar psychologie en verzamelde met zijn werk en publicaties tal van prijzen. Ze kennen elkaar van tijdens het maken van de serie en het boek ‘De Blauwe Gids’ over de adel. Zet hen opnieuw samen en het plezier spat er af. Een verhaal over taalswitches, kasteelrenovaties en die indrukwekkende kasteelparken.

Géry d’Ydewalle: "U maakte De Blauwe Gids, het boek en de serie, omdat u als kind in de ban was van de prins van Merode. Is uw jongensdroom vervuld?"

Luc Haekens: "Deze jongensdroom toch, ik ben heel tevreden over mijn zoektocht. Nu wil ik een roman schrijven, niet over de adel, maar misschien kan ik me wel in een kasteel installeren om het wat te doen vlotten. Wat denk je, Géry? Heb jij geen plaats voor me? Voorlopig is mijn nieuwsgierigheid naar de adel voldaan, wat ik wou weten, ben ik te weten gekomen. Misschien dat ik er ooit nog een vervolg aan brei en me op de buitenlandse adel concentreer want het is fascinerend om te zien hoe klein die adellijke wereld eigenlijk is, iedereen kent iedereen. De adel is gewoon één groot netwerk. De voertaal is Frans, wereldwijd zelfs, dus iedereen verstaat iedereen en dat helpt natuurlijk."

Géry d’Ydewalle: "Kunnen switchen tussen talen is een immense rijkdom en een gigantisch voordeel."

Luc Haekens: "Ik heb geprobeerd om dat over te nemen. Ik heb mijn kinderen een beetje gedwongen om stage te volgen in Frankrijk. De oudste zat deze zomer een maand in Nice, waarschijnlijk vooral op het strand, maar goed."

Géry d’Ydewalle: "Mijn vrouw en ik hadden toen we trouwden afgesproken om te wisselen tussen Frans en Nederlands. De ene dag praatten we Nederlands en de volgende dag Frans. Maar dat heeft geen week geduurd. Het werkte niet, het voel- de te artificieel. Dus werd het Frans en zijn de kinderen ook in het Frans opgevoed. Heel wat takken van de familie zijn immers verspreid over de rest van Europa en zo kunnen ze blijven communiceren met elkaar en de andere generaties."

Begrijpt u de adel nu beter?

Luc Haekens: "Als je een reeks maakt, dan moet je sowieso een zekere affiniteit heb- ben met het onderwerp. Ik kan me niet voorstellen dat ik me maandenlang bezig houd met iets waar ik eigenlijk niet koud of warm van word. Daar heb ik ook geen zin in. Gaandeweg heb ik geleerd dat haast niemand iets van de adel af weet. Het blijft een zeer mysterieuze wereld en daardoor maakt iedereen grote, spannende ver- onderstellingen. Maar eigenlijk zijn die edellieden ook maar gewone mensen. Net zoals jij en ik. Mensen die verbonden zijn met elkaar en door die adelstand een soort band hebben. Bij sommigen bepaalt dat heel erg hun identiteit, anderen, zoals Géry bijvoorbeeld, zijn daar minder mee bezig. Jonge edellieden zie ik ook enthousiast ondernemen en die staan echt met beide voeten in de echte wereld. En ‘s avonds gaan ze een pintje drinken op café."

Géry d’Ydewalle: "Ik ben van adel, maar bon… eigenlijk ben ik daar niet erg mee bezig. Ik ben misschien ook niet het meest typische voorbeeld van een ridder. Ik ben ondertussen al wat rustiger geworden, maar ik ben nogal een durver. Niet iedereen was ook laaiend enthousiast over mijndeelname aan het tv-programma, de top van de adel houdt niet van pottenkijkers. Maar na onze eerste boswandeling, zonder camera’s, wist ik dat Luc en ik op dezelfde golflengte zaten en we dezelfde stijl had- den."

Luc Haekens: "Sommige mensen waren veel meer geneigd om hun woorden te wikken en te wegen. Dat was bij u nooit het geval. U zei gewoon wat u dacht en daarmee kwam ik hier geregeld toetsen of de dingen die me verteld werden wel klopten."

Zou u van positie willen wisselen?

Luc Haekens: "Ik zou hier best wel willen wonen, maar ik heb al een grote tuin en een tractor. Ik wil wel gerust eens wisselen voor een dag of tien."

6 Noblesse oblige2Géry d’Ydewalle: "Ik denk eigenlijk dat de adel niet zo sterk verschilt van de middenklasse. En de tijden veranderen ook. Toen mijn grootvader dit kasteel in 1901 kocht, had hij zeven man personeel die op het domein woonde. Ik ben hier het personeel. Dus was ik vroeger, toen ik nog als professor aan de slag was in Leuven, elk weekend het volledige weekend aan het werk in de tuin. Er was geen andere optie. En de rest van de week stond ik om 5 uur op zodat ik om 6 uur mijn trein kon halen. Als je verliefd bent op een gebouw doe je soms zotte dingen. Eerlijk, ik heb nooit kunnen dromen dat wij hier zouden belanden. Mijn tante heeft ons het kasteel geschonken. Een prachtig cadeau, maar één met verantwoordelijkheden. Je wil niet weten hoeveel zo’n kasteel kost. Elke tank mazout is een aderlating. Financieel is het absoluut lastig geweest. Toen we het huis voor het eerst zagen, kreeg ik haast instant een depressie. Het dak moest er af en we hebben, met drie kinderen, in het kasteel gekampeerd terwijl we het renoveerden. Maar het is goed gekomen. Zulke dingen moet je doen als je jong bent, als je je nog durft smijten. En zo ben ik, een stadsmens, een echte buitenmens geworden. Maar als je iets graag doet, dan leer je het snel. Bovendien zat ik hele dagen met mijn hoofd in de boeken, dan doet het wel deugd om eens met je handen in de aarde te wroeten."

De adel mag dan wel internationaal zijn, tegelijkertijd is ze diep in de streek verankerd.

Géry d’Ydewalle: "De meeste kasteeldomeinen worden van generatie op generatie doorgegeven. Dat verklaart veel. In mijn grootvaders dagboek werd bijvoorbeeld de jaarlijkse verhuis van Gent naar Sint-Andries nauwlettend genoteerd. Het kasteel sloot zijn deuren in oktober en pas in mei werd dit buitenverblijf opnieuw bezocht. Goed voor een immense volksverhuizing. En al die geschiedenis geeft je natuurlijk stevige wortels. Zelf heb ik internationaal carrière gemaakt en dat is net zo belangrijk.

Je moet uiteraard lokaal verankerd zijn en wat chauvinisme koesteren voor je eigen streek, maar tegelijkertijd is het aangewezen dat je een open ruime blik behoudt. Daar heeft iedereen baat bij."

Bron
‘Genieten in het Brugse Ommeland’ – Uitgave van Westtoer in samenwerking met Roularta Custom media (36p., maart 2017)