"De adelstand overkomt je"

Kant van West-Vlaanderen – 23 Okt. 2015

SINT-ANDRIES - In de eerste aflevering van ‘De Blauwe Gids’, een nieuwe reeks op Vier, waarin journalist Luc Haekens onderduikt in de wereld van de Belgische aristocratie, passeert ook ridder Géry van Outryve d’Ydewalle de revue.

AC 28 Adelstand overkomt jeDoor Wim Kerkhof - De Blauwe Gids geeft een inkijk in de onbekende wereld van de Belgische adel, waar verrassend veel deuren opengingen. Ook zo bij ridder Géry van Outryve d’Ydewalle, die ons met een handgebaar mee naar binnen troont in zijn kasteel langs de Torhoutse Steenweg.

"Vertel eens, wat wil je graag zien?", lacht Géry. "Het kasteel telt liefst 15 kamers en toch wilden onze kinderen destijds liever een slaapkamer delen."

"Ik geef les aan de KU Leuven, die voor de opleiding film en televisie connecties heeft met Woestijnvis. Toen reporter Luc Haekens mij opbelde om advies te vragen, heb ik hem bij me thuis uitgenodigd voor een boswandeling. Het klikte meteen tussen ons. Zijn cynische kijk pakte bij mij wel. Slechts een kleine minderheid van de aristocratie wilde hem níét binnenlaten. Baron Bernard Snoy bijvoorbeeld, voorzitter van de Vereniging van de Belgische Adel. Uit schrik dat we ons belachelijk zouden maken. Maar door ons af te zonderen, maken we ons pas echt belachelijk", aldus Géry.

"Luc heeft dat goed gedaan, ondanks de schoonheidsfoutjes. Zo had hij het tijdens zijn bezoek aan de Heilig Bloedkapel consequent over de voorzitter, terwijl het eigenlijk een proost is die jaarlijks wordt verkozen", gaat de ridder voort. Luc Haekens kon dankzij Géry, die vorig jaar proost was van het broederschap van het Heilig Bloed, een ceremonie in de bloedkapel bijwonen. "Het was de eerste keer dat er televisiecamera’s binnenkwamen. Het programma leek me een ideale opstap naar meer transparantie. Vooral de oudere adel heeft nog de neiging zich van de buitenwereld af te schermen, terwijl we eigenlijk niets te verbergen hebben."

"Men heeft het ook altijd over ‘dé adel’, maar we zijn geen homogene groep. Er is de oude adel, van voor de Belgische onafhankelijkheid, en je hebt bijvoorbeeld ook de industriële adel. Binnen de adellijke rangorde is ridder, na jonkheer, de laagste titel. Maar bij kinderen spreekt dat erg tot de verbeelding: het zoontje van een collega was zwaar ontgoocheld toen hij zag dat ik geen zwaard droeg." (lacht)

De familie van Outryve d’Ydewalle werd in 1771 in de adelstand opgenomen door Maria Theresia van Oostenrijk. "Mijn vader Pierre werd in 1944, onmiddellijk na de bevrijding, benoemd tot provinciegouverneur. In 1982 kreeg hij de titel van baron, een trapje hoger op de adellijke ladder. Aan de toekenning van de titels gaat in België een hele procedure vooraf, rituelen waar ik graag afstand van neem omdat ze de hardnekkige vooroordelen rond de aristocratie in de hand werken."

Het kasteeldomein, op een boogscheut van de abdij van Zevenkerken, is nog maar drie generaties in handen van de familie d’Ydewalle. In De Blauwe Gids krijgen we te zien hoe sommige adellijke families hun deuren openen voor een breed publiek. "Wij organiseren in het salon wekelijks wel een concertje of een voordracht, een familietraditie die we overnamen. Maar we verdienen daar niets aan", vertelt Géry. "De Duitse televisieomroep ZDF is hier in 2007 een film komen draaien waar we wel een aardig bedrag voor hebben gekregen. Géry’s vrouw Françoise herinnert zich die prent. "Herz aus Schokolade, een wat flauwe familiefilm. Later zijn ze ook eens komen filmen voor Aspe, en Kathy Pauwels is nog langs geweest met de ploeg van Royalty", zegt ze. "Mijn vrouw is daar dol op, zelf heb ik er een hekel aan", lacht Géry.

Misschien nog het grootste misverstand over de aristocratie, is dat ze er warmpjes bij zit. "Rijk zijn wij niet, al hangt het er maar van af hoe je dat bekijkt natuurlijk: als wij ons domein zouden verkopen, dan waren we wel schatrijk", nuanceert Géry. "Dat het kasteel uiteindelijk bij mij terecht is gekomen, kwam door een familieruzie. Op een dag hing mijn vader aan de lijn: ‘Of ik een huis wilde?’ Ik heb toen meteen ja gezegd, misschien wat naïef want ik had het kasteeltje in geen jaren gezien. De restauratie is een levenswerk geweest waar ik op mijn huidige leeftijd niet meer aan zou willen beginnen. Zelfs de kapel lieten we restaureren. Mijn jongste zoon zou er nu graag in trouwen. Als je in een kasteel woont, is alles ook wel een stuk duurder. Neem nu kabeltelevisie bijvoorbeeld: omdat we zo afgelegen woonden, zou dat ons zo’n 300.000 Belgische frank hebben gekost. Gelukkig kreeg onze oudste zoon toen een relatie met de dochter van een installateur", lacht Géry.

Ook typerend voor de aristocratie, is de zin voor decorum en welgemanierdheid. "Ook bij ons thuis werd veel aandacht aan de opvoeding besteed. Wij hebben onze zonen wel losser opgevoed", zegt Géry. "Het klopt wel dat voor adellijke families niets vrijblijvend is. Uit alles wat je onderneemt, moet ambitie spreken. Maar je mag er niet mee te koop lopen. Ik heb er ook niet voor gekozen om ridder te zijn, de adelstand is iets wat je overkomt. En wie op vandaag nog beweert dat de aristocratie privileges heeft, moet ik tegenspreken. Die adellijke titel creëert een vorm van afstandelijkheid, zelfs als je dat helemaal niet wil", besluit de ridder.